Slider_GSM_4388_MolenArkel2_150h.jpgVolgauto_nw_ZwijZwij_150h.jpgslideheader_MedPlus.jpgslider_GSM_4516_natuur150h.jpgslideheader_ppw_2019.jpgIMG05049_nwSite.jpgslideheader_Plieger.jpgGroepsfoto_GSM_4625_slider150h.jpgSlider_GSM_4476_onderweg150h.jpgslideheader_Ames.jpgDeMol_ZwijdrechtseBrug_01.jpgVael-Ouwe_2014_10.jpgSlider_GSM_4189_voordestart150h.jpgslideheader_Baleco.jpgDeMol_JanJongman_01.jpgIMG05065_nwSite.jpgslideheader_McDonalds.jpgslideheader_AlbertSchweitzer.jpgIMG04969_nwSite.jpgOverdrachtVolgwagen_1902201_slider.jpgslideheader_AALease.jpgJoop_Schuringa_Classic_2014_35.jpgBaleco2014_crop.jpgSlider_GSM_4299_2_achterkonten150h.jpgslideheader_MagnaCura.jpgslideheader_SaniDump.jpgslideheader_Rogelli.jpg
LogoDTCdeMol klein

 ‘De Ventoux is mijn midlife mountain’ bekent Stephane van Gassen de donderdag voor Pinksteren in een café in Bédoin, een dorpje aan de zuidwestkant van de Mont ­­­­­Ventoux. Morgen fietst hij de hoge Provençaalse berg op. De veertigjarige advocaat uit Bosschenhoofd is hier zonder vrouw en kinderen. Hij heeft de juiste uitrusting en traint twee keer per week. ‘Een spirituele belevenis’ staat hem te wachten, hoopt hij, als hij na eenentwintig kilometer klimmen de top bereikt. Elk jaar fietsen duizenden amateurwielrenners de Mont Ventoux op. Onder hen zijn veel Nederlanders. Vaders, zonen, echtparen, vrienden.

Sommigen doen ongetraind een poging, anderen bereiden zich maandenlang voor. Sommigen halen de top, anderen haken halverwege af. De een fietst het in anderhalf, de ander in drie uur. De ‘klasbak’ met een verzet van 39 voor en 18 achter, de ander draait 30 voor en 28 achter (het ‘piemelverzetje’). Wielrenners hebben een haast religieuze bewondering voor de berg. Voor de wielergemeenschap – renners, ex-renners, supporters, commentatoren – is de Mont Ventoux een ­bedevaartsoord. Ook schrijvers en dichters vinden in de berg een hogere waarheid. Al in de veertiende eeuw vergelijkt Petrarca de beklimming (te voet) met ‘de weg naar het gelukzalige leven’. Voor Jan Donkers valt op de top een belangrijke beslissing in de generatiestrijd tussen hem en zijn achttienjarige zoon. Wilfried de Jong bewaart de beklimming voor zijn vijftigste verjaardag en Jan Kal dicht: ‘Dichten is fietsen op de Mont Ventoux’. De beklimming van de magische berg is een defining moment voor velen.

Duistere anekdote.
In de verhalen en verslagen over de Ventoux wordt het toch al heroïsche, mythische karakter van de wielertaal nog eens stevig opgeschroefd. Beeldspraak begeleidt de woorden op en over de berg zó consequent, dat de Ventoux langzamerhand zelf een stijlfiguur lijkt. Noem het geen berg, maar een Moordenaar. Een Viezerik, een Hond. Een Wild Beest dat je niet beklimt, maar aanvalt in de hoop het te mogen temmen. De berg spreekt dan ook tot de verbeelding. Het is een zonderling natuurverschijnsel, met op de top heftige windstoten, extreme temperatuurverschillen en witte kalkstenen bulten waardoor de omgeving rond de top op een maanlandschap lijkt.

De dood van profrenner Tommy Simpson tijdens de Tour de France van 1967, door een teveel aan amfetamine, alcohol en hitte, verbindt de berg voor altijd met een duistere anekdote uit de wielergeschiedenis. Bovendien is het een loodzware beklimming. Het stijgingspercentage is soms elf procent en de klim is in totaal eenentwintig kilometer lang. Dit jaar is de Mont Ventoux opgenomen in het etappeschema van de Tour de France. Dat komt weinig voor, hoezeer de naam van de berg ook verbonden lijkt aan de bekendste wielerkoers ter wereld. Het is pas de veertiende keer in de 106-jarige geschiedenis van de Tour en de vijfde keer van de afgelopen vijfendertig jaar. De kans is groot dat de Tour dit jaar wordt beslist op de flanken van de Mont Ventoux, een dag voor de finish van de Tour in Parijs.

Wapperende fietsers.
De Ventoux heeft drie ‘officiële’ startpunten: de dorpjes Bédoin, Malaucène en Sault. De beklimmingen vanaf de eerste twee zijn zwaar, de derde is ‘voor mietjes’. De eerste 5,5 kilometer van de weg naar de top vanaf Bédoin is vals plat. Hier fietsen de groepjes fietsers nog samen. Na een scherpe bocht naar links begint de echte klim. Vanaf hier: haute categorie. De bidons met water worden frequenter uit het frame getrokken en de versnellingen vaker bijgesteld.
Dan voert de weg door tien kilometer bos (‘de kleine groene hel met een zwarte streep asfalt’ volgens de Berggids voor fietsers). De renners die nog samen fietsen worden van elkaar gescheiden door het stijgingspercentage van tussen de negen en elf procent. De begroeiing eindigt en de Kale Berg begint bij een restaurant, Chalet Renard. Sommigen fietsen een rondje op de vlakke parkeerplaats van het restaurant om de benen klaar te maken (‘door te spoelen’) voor de slotkilometers. De laatste 4,5 kilometer stijgt gemiddeld met 8,5 procent. Het waait hard, merken we aan de wapperende fietsers. Een kilometer voor de top ligt het monument van Tom Simpson. Lege drinkbidons, fietsbanden en etensresten zijn zorgvuldig neergelegd bij de gedenksteen voor ‘de Mus’. Sommige renners stappen tijdens de afdaling af en staan stil bij het monument, renners die omhoog fietsen roepen het monument iets toe. Vanaf het monument is de berg goed zichtbaar. Nog een laatste scherpe bocht naar rechts en daar is de top.

Schaafwond.
Veel fietsers hierboven zijn op leeftijd. Johannes Vis (73) heeft de Ventoux al minstens veertien keer beklommen. Soms gaat de oud-vrachtwagenchauffeur met een groep naar boven, vandaag fietst hij in zijn eentje, ‘te midden van lotgenoten’. Als Vis in de buurt is van de Ventoux kan hij zijn ogen er niet vanaf houden. ‘En elke keer denk ik: nog maar een keer.’ Als de tweeënzestigjarige Wim Hartman de top bereikt vliegen verschillende mensen hem om de nek. Het zijn vrienden die met de auto naar boven zijn gereden om hem aan te moedigen. Hartman stapt van zijn fiets en springt rond over het asfalt. Zwaaiend met een in zijn hand gedrukte vlag van zijn woonplaats Hoogland brult hij: ‘Ik geef het goede voorbeeld aan mijn patiënten! Niet roken en veel bewegen!’ Hartman is huisarts.

De laatste honderdvijftig meter zijn CBR-examinator Jan van der Glas uit Zwijndrecht te veel. Lopend met zijn fiets aan de hand komt hij boven. ‘De kramp schoot erin.’ Van der Glas wordt volgende week zestig en zet, hoewel hij de top niet per fiets bereikt, een scherpe tijd neer: één uur en vijfenveertig minuten. ‘Ik ging als een speer.’ Zijn vrouw en meegereisde supporter Jannie (58) geeft hem een zoen.

Een schaafwond kleurt het jukbeen op de linkerwang van Robbert van Steijn donkerrood. Onder zijn oog een bloeduitstorting. Van Steijns outfit bedekt wonden op elleboog en schouder, zijn wielerhandschoen verbergt een dikke ringvinger. Die is dubbelgeklapt bij zijn val, twee dagen geleden tijdens de afdaling.

Ik had geen idee hoe dat afdalen moet,’ legt de vierenveertigjarige dirigent uit Linschoten uit. Hij had gehoord dat tijdens het afdalen soms wel snelheden van zeventig à tachtig kilometer per uur werden bereikt. ‘Toen ik vijfenzestig op de teller zag, dacht ik dat ik wel goed zat.’

Na ongeveer tweederde van de afdaling ging het mis: ‘Ik nam een bocht niet scherp genoeg. Ik viel over mijn fiets heen en kwam met een knal met mijn helm op een rotsblok.’ Van Steijn stond direct op. ‘Kijken of je fiets in orde is toch het eerst wat je doet.’ Twee dagen later fietst hij weer omhoog.

De meeste twintigers die hierboven te vinden zijn, doen mee aan de verschillende wedstrijden die in het pinksterweekend gereden worden. Ze zijn afgetraind en fanatiek. Leontien Vellekoop (29) bijvoorbeeld, psychotherapeute uit Rotterdam, traint gemiddeld zestien uur per week, en fietst alle amateurwedstrijden (cyclo’s) die ze kan. Vandaag rijdt ze een tijdrit en eindigt als derde vrouw. Haar tante heeft een huis aan de voet van de berg. Ze is de tel kwijt hoe vaak ze al naar boven is gereden, maar vandaag noteert ze haar snelste tijd ooit (één uur en zevenendertig minuten). ‘Als ik gisteren niet die wedstrijd van honderdveertig kilometer had gereden, was ik vandaag scherper geweest.’

Harm-Anton Kiefte kijkt vol bewondering om zich heen. De negenendertigjarige ‘teamleider vliegtuigonderhoud’ uit Almere is zichtbaar onder de indruk. Van zijn eigen prestatie, maar vooral van zijn Kreng. ‘Alles wat ik verwacht had komt uit. Ik heb de Alpe d’Huez ook gereden, maar dat stelt nu niets meer voor.’ Het is de derde keer in vijf dagen dat hij de top bereikt. Hij glundert: ‘Vandaag net onder de twee uur.’ Kiefte had een paar dagen geleden getwitterd: ‘Het is hier onbarmhartig, niets ontziend. 8 gr, snijdende wind. Gevoel is mix van nederigheid, angst, ontzag. Maar o, wat is dit mooi!’

Bananensap.
De Ventoux wordt collectief aanbeden, maar individueel beleefd. Voor de fietsers is het bereiken van de top een overwinning op zichzelf én een overwinning op de hoge berg die van alle verhalen alleen maar hoger is geworden. Daar komt Stephane van Gassen (40) weer omhoog gefietst. Het is de tweede keer vandaag, en de derde keer in twee dagen dat hij de top bereikt. ‘Je probeert toch te bewijzen dat je nog een jonge vent bent,’ lacht hij. Hij neemt een slok uit zijn bidon. ‘Bananensap. Suikers.’ In zijn oren zitten oordopjes. ‘Tiësto, voor de cadans.’ Hij kijkt uit over het dal. Het is koud en hij doet zijn windjack aan. De opwinding van een paar dagen geleden maakt plaats voor nuchterheid. Hij bereidt zich voor op de afdaling. ‘Ik kan naar huis, ik heb ze nu alle drie gedaan. Maar het zwaarste komt maandag. Dan ga ik met de kinderen naar de Efteling.’

04-07-2009 Maurits Martijn, foto's Adrie Mouthaan.