Baleco2014_crop.jpgSlider_GSM_4476_onderweg150h.jpgslideheader_ppw_2019.jpgslideheader_McDonalds.jpgSlider_GSM_4189_voordestart150h.jpgslideheader_MagnaCura.jpgGroepsfoto_GSM_4625_slider150h.jpgIMG05049_nwSite.jpgslideheader_MedPlus.jpgslideheader_Baleco.jpgSlider_GSM_4299_2_achterkonten150h.jpgslideheader_SaniDump.jpgslideheader_Plieger.jpgDeMol_JanJongman_01.jpgslideheader_AlbertSchweitzer.jpgIMG04969_nwSite.jpgslider_GSM_4516_natuur150h.jpgDeMol_ZwijdrechtseBrug_01.jpgIMG05065_nwSite.jpgslideheader_Rogelli.jpgOverdrachtVolgwagen_1902201_slider.jpgSlider_GSM_4388_MolenArkel2_150h.jpgslideheader_AALease.jpgJoop_Schuringa_Classic_2014_35.jpgVael-Ouwe_2014_10.jpgslideheader_Ames.jpgVolgauto_nw_ZwijZwij_150h.jpg
LogoDTCdeMol klein

Zaterdag 22 september 2012: de afsluitende training.
Zoals de datumvermelding al aangeeft, geen training op de woensdag­avond en dan ook niet op de baan bij het clubgebouw. Nee, een heuse klim-clinic stond op het program. Dat gaat het worden, eindelijk zal ik leren klimmen!

In mijn gedachten zag ik mezelf al de Mont Ventoux bestijgen, in het bezit zijnde van alle mogelijk technische bagage. Eindelijk de kans om in het ver­volg niet amechtig de Brienenoordbrug boven te komen, maar als een hoentje zo fris al die andere klimgeiten (die ik in eerdere tijden “begroetend” met mijn jaloerse grimlach luchtig voorbij zag pedaleren) in het vervolg kon laten mer­ken dat ik het nu ook kon. Dankzij die klim-clinic. Dus was ik er als een trage kip bij om me aan te melden voor een dagje Pos­bank. Wetend dat er na een klim altijd een afdaling zou moeten volgen, dus was in ieder geval de helft van de dag zeer aan mij besteed.
De Posbank is genoemd naar het monument in de vorm van een halfronde stenen bank die aanwe­zig is op een markant uitzichtpunt. Deze bank is vernoemd naar de heer G.A. Pos, oud-voorzitter van de ANWB. De stenen bank is gebouwd door aannemer Gerrit Bennink (1869–1936) uit Rheden ter ere van het 25 jarige jubileum (7 mei 1893-1918) van de heer Pos als de tweede voorzitter van de ANWB. Echter voordat we ons verzamelden voor genoemd monument, waarvan ik een vaag vermoeden heb dat het merendeel van de aanwezigen dit over het hoofd heeft gezien, was er het natte vertrek vanuit Zwijndrecht (wederom in het holst van de morgen) met eerst de rit naar het clubhuis, alwaar al een aantal stond te wachten. Nerveus als iedereen toch was, werd door de één een bosje opgezocht en door de ander de sleutels van de auto….uh…. waar zijn nou toch de autosleutels. In de auto. Een auto waarvan de deuren auto­matisch op slot gaan, ook al heb je die sleutels op je stoel liggen. Rare gasten die Fordontwerpers. Dus even wachten op de terugkomst van de reservesleu­tels. En die pasten.
Op naar Arnhem, park Sonsbeek. Daar waar mijn grootouders hun vrijersvoeten hebben achtergelaten, daar waar mijn vader in het gras gezeten van de boze wereld geen kwaad wist.
 
Wat een nostalgie en dan koffie met appelgebak in Villa Sonsbeek. Een pand dat in 1744 werd gebouwd voor Vrouwe Adriana van Bayen van Hendrina Jansen. Voor de meesten onbekend en dat laten we maar zo. Immers was het de bedoeling dat we na de traktatie op de fiets zouden stappen, de koude zouden trotseren en via een aangename route uiteindelijk op genoemde Pos­bank zouden arriveren. Echter niet voordat de jubileumpolo’s waren uitgereikt. Alweer een verrassing!


Het was droog en de zon kwam door. De warmte van de omlig­gende heidevelden (inmiddels wel uitgebloeid) maakte dat ook de 21 koppige rood-zwarte-Molbrigade op een aangename temperatuur kwam. Een echte warming-up dus. Op de Posbank gingen de meeste lange broeken daarom dan ook uit. Een enkeling –de onervarene zullen we maar zeggen- had de euvele moed om ook het jackje uit te trekken. Maar afdalen is koud, zeker als dat tussen niet-zon-doorlatend geboomte gaat. In een voor ons plattelandsrijders soms duizeling­wekkende snelheid.
Na een uitleg hoe het beste te dalen, ja duhu je gaat gewoon naar beneden… op de stoute wielen en met een denderende vaart de Pos­bank weer afgedaald. Die goeie helft had ik tenminste al te pakken. Nauwelijks inspanning, behalve het opvolgen van het advies van de trainer om het stuur niet bovenaan maar in de bocht vast te houden (ja Jetse het was toch een advies?). En dat kostte toch wel enige moeite, vooral als je bedenkt dat de meesten al honderd jaar met de handen op het stuur fietsen. Inderdaad je wordt in de geadviseerde houding wat kleiner en afhankelijk van de grootte van je handen, kan je wat sneller bij je remgrepen. Ik heb de houding toch ook af en toe bij de voor mij traditionele gehouden. Het was een advies.

Daarna het tweede deel, hetzelfde weer stuk naar boven. Zenuwachtig tuurde ik de omgeving af, op zoek naar de kabelbaan die ik in de Oostenrijkse bergen altijd feilloos weet te vinden. Echter niet op de Posbank. Je zou denken dat je na de afdaling wel zult weten hoe je je daarna naar boven begeeft. Ik kan je vertellen, daar is niks van waar. Het is zelfs volsla­gen onwaar. Klimmen is, behalve een beetje doortrappen, wat trekken aan en schoppen tegen je pedalen vooral parcourskennis. Pas als je de beklimming hebt volbracht weet je dat je in het begin te hard bent gestart, de lengte langer is en je de stijging aan het einde schromelijk hebt onderschat. Een beetje vilein werd me bij de 1e evaluatie, nadat ik uit was gehegen en mijn hartslag weder was gedaald naar normale proporties, gemeld dat dit dan een goede leer voor de tweede keer zou zijn. Ja zeg, nog een keer?  Ja zeker, nog een keer, maar dan een andere kant van de Posbank. En hup, weer naar beneden en uiteraard de zelfde weg weer omhoog. Nu wat minder snel gestart, maar mijn druistigheid won het van mijn ver­stand. Ik had wat beter opgelet bij de afdaling, maar dat mocht geen baat hebben. Omhoog is het gewoon anders. De bomen staan bijvoorbeeld aan de andere kant evenals de helling. En dat laatste doet het ‘m. En toch had ik het idee –door de adviezen of de mindere stijgingshoek- dat het beter ging.
En de tijd gaat snel als je plezier hebt dus werd een lunch genoten op het terras van het restaurant op de top van de Posbank (hoogte 90 meter boven NAP). Genietend van de rust daar ter plaatse, kwam er ineens een zwarte stoet aan dikke ronkende motoren voorbij. De weg is van iedereen, maar om van dat recht nu met zoveel kabaal gebruik te maken…de aandachtrekkers. Om de fietsen wat af te koelen viel er tijdens het vervolg van de lunch een zacht regenbuitje. Te weinig eigenlijk om daar enige drukte over te maken of te schrijven, maar vermeldenswaard is wel het aanbod om voor het luttele bedrag van 700 euro mijn regenjack over te nemen dat om voor mij onver­klaarbare reden door iedereen werd afgewezen.
De start van het tweede gedeelte van de klim-clinic werd even verstoord door een horde elektrische brommers die geruisloos het door ons versperde fietspad wilde vervolgen. Na enig geschater, kon ook deze horde huns weegs gaan en daalden we af in weer een andere richting. En nu met een aantal scherpe (?) bochten. Het was daarbij de bedoeling, met de druk op de onder­ste pedaal, om er heelhuids uit te komen. Of het de berm was of de top van een boom, dat werd er niet bij verteld, in ieder geval kwam een ieder gezond en enthousiast (want dalen werd steeds leuker) beneden.
En weer terug.
En het was gezellig onderweg, zo naar boven. Sommige fietserds, niet bij ons horend, namen af een toe een blaasje, of om van het uitzicht te genieten of omdat ze gewoon niet verder konden. En dan komt er iemand voorbij, wel bij ons horend, die dan met het grootste gemak hen een “goedemiddag saam” wenst. Nog net niet met haar tong op het stuur en dan wel de puf hebbend om zo voorkomend te zijn.
Voordat er aan de laatste afdaling werd begonnen kwam er een stoet kleu­terherinnering voorbij. Mannen, vrouwen, kinderen in een optocht Fiatjes 600. Sommige bestuurders waren bijna nog ouder dan het autootje waarin ze zaten, andere bestuurders waren zo jong zat het de achterkleinkinderen van de eerste bezitters zouden kunnen zijn. Een zo’n bezitter was mijn vader. De eerste vakantie met de auto naar Duitsland. Helemaal naar de Eifel. Over de autobaan. Een angstige moeder voorin: “Henk niet zo hard!  Je rijdt wel tachtig”. En ik met broer en zus op de achterbank. Veel bagage zal er niet zijn geweest, achter de bank was een kleine ruimte en daarna kwam de motor. De tas(sen?) voorin in de bagageruimte, die nooit groot geweest kan zijn omdat die 600 sloeg op de motorinhoud en niet op de lengte van de auto in centime­ters.
Slim van die Posbankmensen dat ze daar verschillende wegen hebben aange­legd, waarover een tal van verkeersdeelnemers zich voortbewogen. Zo valt er veel te genieten. Maar het was nog niet gedaan voor de klim-clinicers. Er stond nog een afda­ling van de Posbank te wachten en een bestijging van de Emmapyramide en om de dag te completeren een ware krachtraining. Ach, die beklimmingen kostten dan ook nauwelijks kracht, dus dat kon er ook nog wel bij. De trainer had daarvoor een uiterst obscuur paadje gevonden, belegd met klinkers en voorzien van een gering stijgingspercentage.
Na de uitleg: zo hard mogelijk rechtuit die 100 meter naar boven fietsen met een voor jou zo groot mogelijk verzet,  twee keer zittend en de laatste keer staande,  kwam mijn credo “parcourskennis is het ware van het klimmen” geheel uit. Na drie keer wist ik de weg.
Helaas was dit het einde van de beklimmingen en stond er nog stukje terug naar het parkeerterrein in Arnhem te doen. Al fietsend werd de dag nog doorgesproken en waren er allemaal opgetogen gezichten te zien. Iedereen is aan zijn trekken gekomen. De minder ervaren heuvelaars evenals de ervaren bergbefiet­sers. Het was een mooi stelletje daar op de Posbank.
En ja, klimmen (maar ook dalen) is te leren. Met kennis van de stijgingen en de lengte daarvan. En met een zekere mate aan talent. Daarom denk ik dat ik, ondanks dat het klimmen me steeds beter af gaat, het volgend jaar de Mont Ventoux maar over laat aan de Tour de France renners.

Douwe