Baleco2014_crop.jpgDeMol_JanJongman_01.jpgSlider_GSM_4299_2_achterkonten150h.jpgslideheader_Plieger.jpgSlider_GSM_4189_voordestart150h.jpgslideheader_SaniDump.jpgslideheader_AlbertSchweitzer.jpgVael-Ouwe_2014_10.jpgslideheader_McDonalds.jpgVolgauto_nw_ZwijZwij_150h.jpgSlider_GSM_4476_onderweg150h.jpgIMG04969_nwSite.jpgJoop_Schuringa_Classic_2014_35.jpgOverdrachtVolgwagen_1902201_slider.jpgslideheader_Ames.jpgIMG05049_nwSite.jpgslideheader_MagnaCura.jpgslideheader_MedPlus.jpgslideheader_AALease.jpgslider_GSM_4516_natuur150h.jpgslideheader_Rogelli.jpgslideheader_Baleco.jpgSlider_GSM_4388_MolenArkel2_150h.jpgIMG05065_nwSite.jpgDeMol_ZwijdrechtseBrug_01.jpgslideheader_ppw_2019.jpgGroepsfoto_GSM_4625_slider150h.jpg
LogoDTCdeMol klein

Bliksem, tellen, razende donder.
De nacht voor de dag van de Supermol. Het jaarlijks evenement dat vele Mollers als een ultieme voorbereiding beschouwen voor het andere (ook jaarlijkse) evenement: Zwijndrecht-Zwijndrecht. Kilometers maken heet dat in toerfietsersjargon.
Maar eerst die nacht: stuiterend in het bed en hopend op overdrijven van de onweersbui.
Maar weer dat licht en die razend rollende donder. En daarna nog even een helse bui. Waterhoos, zo leek het.

De grap die Rinus en ik steevast maken: Rinusrit is een regenrit, wierp zijn schaduw vooruit. - sommigen adviseren daar overheen te springen, maar dat gaat dan ineens weer ergens anders over-
Waterhoos, zo was het.
Op mijn gemakkie om zes uur de slaapresten uit mijn ogen wrijvend, bezag ik met een “kennersoog” de door Wodan aangerichte schade. Valt wel mee, was mijn indruk. Dus korte broek en jackie. Trouwe lezers weten van mijn dilemma ’s morgens voor het vertrek voor de kledingkast…
Zeven uur fiets in de auto geladen en rustig naar het clubhuis gereden –alwaar al een heleboel fietsen aan de pijp hingen. Niks in de gaten hebbend, stelde ik zo in mijn eentje dat de mannen en vrouwen er zin in hadden. Immers, arriveer ik meestentijds als één van de eersten in het clubhuis. Verrast was ik dus met de hoeveelheid enthousiastelingen. Bij het bestellen van mijn kopje thee, meldde Co me dat het half acht was. Da’s fijn zo’n sprekende en wandelende klok in het clubhuis, dat zie je niet zo veel, dacht ik in mijn onschuld. Kopje thee naast de doos met de portofoons, zakje er in (in het kopje!) en de portofoons uitreiken en testen. Gelukkig het deed het allemaal. En toen begon Rinus aan zijn praatje. Denkend dat hij een half uur aan het woord zou zijn, trok ik mijn fietsschoenen aan.
Het praatje duurde welgeteld drie minuten! En er werd vertrokken!
Geintje dacht ik nog. Gedurende mijn week op Terschelling hebben die mannen natuurlijk gedacht die Ouwe een poets te bakken en die staan dan gewoon bij de Baanhoekbrug schaterend op me te wachten en keren daarna al grinnikend weer richting het clubhuis.
Daar zou ik toch niet intrappen. De thee laten staan, op de fiets meegezogen de Baanhoekbrug op. Maar wie er stopte, geen Moller. Het was geen poets, de Ouwe was gewoon vergeten te kijken hoe laat het vertrek van de Supermolrit was.
Nog iets over de rit?
Ja, genietend van het bijzonder landschap gelegen in het Groene Hart en kilometers makend. Dreigende grijze luchten in het oosten, daar waar de wijzen vandaan komen en vandaag ook misschien het regenfront. Dankzij het tempo konden we de wolken voorblijven en bleef het –op een paar spettertjes na- droog. Een viertal lekke banden werd uiteindelijk toch snel en vaardig met frisse lucht gevuld. Dat die lekke banden telkens te betreuren waren op plekken waar onze volgwagen net niet was en of net niet kon komen, zit hem meer in de keuze van de berijder van de fiets dan de bemanning van de volgwagen. In de 335 punten kaart is de Toercommissie van plan als punt 336 op te nemen: “gij zult pas een lekke band krijgen indien daartoe toestemming is verleend door de hoofdchauffeur van de volgwagen”. Uiteraard zal over dit punt nog uitgebreid met de diverse commissies moeten worden gesproken...
Kortom, ik zit zo goed als op het einde van mijn aviertje, de thuisblijvers of tijdvergissers hebben een mooie rit gemist, een fijne pauzeplek niet betreden en de kilometers niet gemaakt. Maar er is vast wel een volgende keer.

Douwe