Groepsfoto_GSM_4625_slider150h.jpgOverdrachtVolgwagen_1902201_slider.jpgslideheader_AlbertSchweitzer.jpgJoop_Schuringa_Classic_2014_35.jpgslideheader_Ames.jpgVolgauto_nw_ZwijZwij_150h.jpgSlider_GSM_4476_onderweg150h.jpgslideheader_McDonalds.jpgslider_GSM_4516_natuur150h.jpgBaleco2014_crop.jpgslideheader_Rogelli.jpgslideheader_MedPlus.jpgVael-Ouwe_2014_10.jpgslideheader_SaniDump.jpgIMG05065_nwSite.jpgDeMol_ZwijdrechtseBrug_01.jpgslideheader_MagnaCura.jpgslideheader_Plieger.jpgslideheader_AALease.jpgSlider_GSM_4299_2_achterkonten150h.jpgIMG05049_nwSite.jpgslideheader_ppw_2019.jpgIMG04969_nwSite.jpgSlider_GSM_4388_MolenArkel2_150h.jpgDeMol_JanJongman_01.jpgslideheader_Baleco.jpgSlider_GSM_4189_voordestart150h.jpg
LogoDTCdeMol klein

Je kunt wel stellen dat de kop er af is. De vijfde Baleco Zeelandtoer in successie.
Een lustrumrit dus.

Voor de vijfde keer achtereen nodigde Jan van ’t Leven (en familie) in naam van sponsor Baleco de toerrijders van de Mol uit om op de fiets te gaan genieten van “zijn” Zeeland.

Een beetje miezerregen bij het nacht-en-ontij-vertrek maar zo bij Bergen op Zoom trokken de luchten open en toevallig net in de richting waar de Molkaravaan zich bewoog.
Boven Zeeland, een prachtige blauwwitte strook. Het klaarde in het westen en hoe dichter bij ’s Heerenhoek des te klaarder het werd.
Tijdens het ontvangst met koffie/thee en de bolus werd een belangrijke wijziging van de route aangekondigd.

Net zoals (in ieder geval) de eerste Baleco Zeelandtoer, was na een lange parcoursstudie, de door velen gewaardeerde –en voor sommigen gevreesde- Zeelandbrug weer in de lustrumroute opgenomen. De verwachte windsnelheden en richtingen waren gunstig. Zuid-zuidwest en niet al te hard (voor Zeeuwse begrippen), dus was die vijf kilometer oeververbinding bij voorbaat overkomelijk. Zij-rugwind. Maar het had de Heren van Rijkswaterstaat anders behaagt.

Was de Zeelandbrug het eerdere weekend afgesloten geweest voor groot onderhoud, had men het plan opgevat om dat –zonder voorafgaand overleg met Jan trouwens- tijdens de Baleco Zeelandtoer ook maar te doen. Bij een controle had men namelijk scheurtjes in de onderkant van de brug ontdekt. De onderkant dus! En om te inspecteren of de scheurtjes groot genoeg waren, of zo iets, moest men dat vanaf te bovenkant konstateren, de plek waar het verkeer zich beweegt. Je verzint zoiets toch niet: je laat de Oosterschelde toch ook niet leeglopen om te kijken of die slijtagegaten in de kering nu echt wel 50 meter breed zijn.

Dus werd de route een wat omgelegd. En zonder de passage over de Zeelandbrug uiteraard.
In plaats daarvan een prachtig alternatief over Colijnsplaat en Wissenkerke, langs de zuidelijke kust van de Oosterschelde. Echter niet nadat we het kunstenaarsdorpje Kats waren gepasseerd, daar waar de plaatselijke bevolking met gekleurd breiwerk alle parkeerpaaltjes hadden versierd (?). Het nut daarvan is met volledig ontgaan, maar ’t was wel vrolijk….

En dan over de kering.

Al fietsend over dit immense bouwwerk heb je wel een klein beetje het idee dat het groot is, maar zo vanuit de lucht gezien besef je pas waar je overheen fietst. Tevens één van de grootste voorbeelden van ons nationale poldermodel.

Voor de afsluiting van de Oosterschelde is voor een complexe oplossing gekozen teneinde het watermilieu in de Oosterschelde zout als zeewater te kunnen behouden.
Oorspronkelijk wilde men de Oosterschelde volledig afdammen. Eind jaren 1960 werd hiermee begonnen. Hiervoor werden enkele kunstmatige eilanden aangelegd, waaronder Roggenplaat (1969), Neeltje Jans (1970) en Noordland (1971). Eind 1973 was al vijf van de negen kilometer van de Oosterschelde afgedamd. In het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw ontstond er echter een massaal protest vanuit de visserij, de kwekers van schelpdieren, zeezeilers en later ook milieuorganisaties. De eerstgenoemde gebruikers verwachtten hun beroep te verliezen; de zeezeilers zouden hun inwaarts gelegen thuishavens (Veere en Zierikzee) niet meer kunnen gebruiken. De milieuorganisaties vreesden dat de Oosterschelde bij afsluiting een dood water zou worden en pleitten voor dijkverzwaring als oplossing voor de veiligheid.

De PPR steunde hen en dreigde uit het kabinet-Den Uyl te treden. De werkzaamheden werden hierop in juli 1974 tijdelijk stopgezet in afwachting van een definitief besluit. De regering benoemde een Commissie Klaasesz, die advies moest uitbrengen.
Uiteindelijk werd in 1976 besloten om over de resterende vier kilometer lengte schuifdeuren aan te brengen. Deze deuren staan normaliter open, maar kunnen bij storm dicht. De instroom van zout water en de getijden in de Oosterschelde zijn daarmee behouden, maar wel aan banden gelegd. Dit laatste wordt nog onderstreept door de tekst die op de gedenksteen op Neeltje Jans is aangebracht: "Hier gaan over het tij: de maan, de wind en wij".

Als het goed is hebben wij deze gedenksteen twee keer gezien. Voor en na de pauze in “’t Oliegeultje” waarbij het peloton rijkelijk van koffie en appelgebak werd voorzien.

Terug via de voorbedachte route, waarbij het Zeeuwse land zich van haar meest mooie kant liet bewonderen. Vergezichten, goud-gele akkers en op de horizontlijn een witte molen. Als van Gogh geleefd zou hebben had ik hem zeker hier aan een slootkant verwacht.
Wat een helderheid en een luchten.

Dat er af en toe een pony met ons mee rende -en ook op tijd voor het prikkeldraad stopte-, dat er ook een paard met ons mee rende niet in de wei en niet stoppend, maar een afslag nam die wij niet namen en zijn zwarte vriendje als voorbeeld dienend, maakte het peloton er alleen maar op attent dat dit de natuur is waar we deze dag gebruik van mochten maken.
Terug in ’s Heerenhoek tussen de portieren van de auto’s (om niet al te veel aanstoot te geven) even afspoelen en droge kleding aan en daarna op naar de al even traditionele maaltijd.

Mossels, biefstuk of vegetarisch. En wat was het gezellig

Een prachtige dag.

Een prachtige rit onder Zeeuwse luchten, tegen Zeeuwse winden en met Zeeuwse mossels. Met dank aan sponsor Baleco en het verdere leuke gezelschap.