Volgauto_nw_ZwijZwij_150h.jpgslideheader_MedPlus.jpgOverdrachtVolgwagen_1902201_slider.jpgSlider_GSM_4476_onderweg150h.jpgslideheader_MagnaCura.jpgslideheader_Rogelli.jpgVael-Ouwe_2014_10.jpgslideheader_AALease.jpgSlider_GSM_4299_2_achterkonten150h.jpgslideheader_Ames.jpgGroepsfoto_GSM_4625_slider150h.jpgBaleco2014_crop.jpgDeMol_ZwijdrechtseBrug_01.jpgslideheader_ppw_2019.jpgJoop_Schuringa_Classic_2014_35.jpgDeMol_JanJongman_01.jpgslideheader_AlbertSchweitzer.jpgslider_GSM_4516_natuur150h.jpgIMG04969_nwSite.jpgSlider_GSM_4189_voordestart150h.jpgslideheader_SaniDump.jpgIMG05065_nwSite.jpgslideheader_McDonalds.jpgSlider_GSM_4388_MolenArkel2_150h.jpgslideheader_Plieger.jpgIMG05049_nwSite.jpgslideheader_Baleco.jpg
LogoDTCdeMol klein

Het is zondagochtend vroeg. Half 7. De telefoon gaat af, het is mn wekker. Een beetje wazig (Brabantse nachten zijn lang, en vannacht was er zo een) strompel ik de trap af en zet de senseo aan. Ik duw m’n favoriete CD in de speler en zachtjes begint Springsteen aan mijn dag. Ik bak gedachteloos eieren met spek en die (normaal gesproken) heerlijke lucht valt me (in mijn huidige toestand)  behoorlijk zwaar. Een glas sap, een bak yoghurt met cruesli, 3 boterhammen met ei, een banaan en een koffie, dat moet genoeg zijn tot in Nieuw Beijerland want dat is onze bestemming vandaag. T gaat nog een toer worden dit naar binnen te krijgen, eerst maar even zitten.

Ik doe alles stil. M’n vrouw en twee jongens, ze begrijpen deze manie niet, en houden bovendien niet van Springsteen. De barbaren. Langzaam ontwaak ik op de bank, heerlijk dit ritueel. Mijn ritueel. Onder de douche en daarna schiet ik in m’n kleren, die liggen klaar. De fiets staat ook al klaar. Brood, repen, bidon, regenjack, telefoon, sleutel en los geld. Alles gaat gedachteloos m’n shirt in, alles lag klaar  want zo gaat het al een heel jaar. Helm op, handschoenen aan en bril op. Deur zachtjes dicht, langzaam peddel ik de straat uit.  

Het schemert nog. Onderweg naar de brug, onderweg naar Hans. Ik kom Lydia en Eveline tegen. Ze verwachten dat ik er voorbij ga maar ik blijf even achter ze. Een paar minuten later dan normaal begroeten Hans en ik elkaar en kijken bovenop de brug naar de laagstaande zon die nog aan kracht moet winnen en naar de rivier die zachtjes het zonlicht op zich laat dansen. We kijken elkaar aan en zonder het uit te spreken realiseren we het ons allebei: het gaat weer een mooie rit worden.

De brug af, de stad door, en er sluiten nog een aantal Mollen aan. Gister voor dat feestje heb ik ook gereden, voor mijn doen best lang en hard en ik heb, zo lijkt het, betonnen bovenbenen. Die rit en dan dat feestje, het is eigenlijk teveel. Als dat zo dadelijk maar goed komt. Bij de gevangenis schakel ik lichter en ga sneller trappen. Trap een beetje door t zuur heen en vind eindelijk iets van een ritme. Voor het clubhuis haalt Erik ons in en tikt me effe aan. Onze manier om “goedemorgen” te zeggen.

Clubhuis. Hans haalt koffie bij Co. Koos een schouderklop, knipoog naar Maurice, ook weer terug van vakantie. Hij en ik, we moeten bijpraten maar de natuur roept. Gelukkig is er een toilet vrij. Kramp. Maar gewoon blijven lachen. Opstappen. Achter opstellen. Rijden met die hap.

Een paar kilometer verder, in de polder weet ik eindelijk die betonnen benen kwijt te raken. Kom lekker in m’n ritme. Heerlijk praatje pot met Hans nu. De Kiltunnel door, meer polder. Mario nu naast me. De najaarszon schijnt, geen wind, heerlijk uitrijden. Het leven is mooi, je moet het alleen willen zien. Onderweg even wateren. Terug naar het peloton rijden. Dan het verzoek om te hoeken en te wachten op een lekrijdster en haar begeleiding. Terug in het peloton rij ik snel weer naar m’n stekkie.



Pauze dan, dollen met de snelle gasten. Mario en ik zien dat midden in het dorp gelovigen na de kerkdienst als in waaiervorm hun huizen weer opzoeken. Ik weet hoe dat voelt en heb er respect voor. Ook een ritueel. We grappen met Erik over Willie Nelson, maar ook serieuzere zaken worden besproken. Met een koffie in de zon verder wakker worden en de week en het leven verteren, het is prima zo vandaag. Douwe piept al scannend langs en lacht ons toe.

Geen sprake van dat ik straks “snel terug ga”. Gisteren zat ik zo stuk, ik wil niet weer helemaal leeg. Maar … Ach, what the hell … voor ik het weet sta ik met een aantal anderen voorop de pont, en dan rijden we bij het peloton weg. Met wat tegenwind schuil ik achter de giganten en trap mezelf op een voor mij goede stek. Het mag. Het gaat goed en dat gevoel, dat vliegen, dat gevoel dat je elk gat kan dichtrijden, die vrijheid, die macht in je benen, het is net zo lekker en verslavend als dat relaxte uitrijden van daarnet. Als ik denk dat het wat te hard gaat schakel ik juist zwaarder en dan met de wind mee, man wat kunnen die gasten allemaal fietsen en wat gaat het lekker. Ik kijk om me heen en probeer van iedereen te leren.

Voorbij Spijkenisse rijd ik lek, en krijg meteen hulp van Erik, Ronald en Adrie. Samen uit, samen thuis. Niet alleen in het grote peloton, maar dus ook in de groep der hardfietsers. Uiteindelijk komen we uit op de provinciale weg in Rijsoord. Waar de rest linksaf gaat bedank ik iedereen en rij rechtdoor om de laatste 5 kilometer naar huis rustig uit te rijden.

Als ik uitrij herinner ik me dat ongeveer een jaar geleden deze rit/route m’n eerste Molrit was. In een Agu shirt reed ik mee. In Augustus.  Was nog geen lid. Op de zeedijk meteen al lek maar nog voor de Kiltunnel weer teruggereden. Het lijkt wel alsof het gisteren was want dit jaar is werkelijk omgevlogen.

Qua conditie gaat het elke keer beter, er zit nog genoeg rek in. Maar dat is voor mij niet het belangrijkste, wereldkampioen ga ik niet meer worden. Dat ritueel, die tijd voor jezelf, tevreden zijn met m’n afstanden en tijden, genieten van m’n ritjes, kortom wat ik kan, dat is belangrijk, niet wat ik niet kan. De aansluiting bij mensen die juist hetzelfde leuk vinden als jijzelf, ook dat is iets om te koesteren. Iedereen in de weer zien om het voor elkaar mogelijk te maken, mooi is dat. Want ’t peloton geeft veel.

Voorrijden met Theo en met Chris. Verkeer regelen met Jaap, fietsles van Jetze, met Peter klimmen in Amerongen, Trainen met Maurice, een waanzinnig lekkere reichswaldtocht. De tweedaagse inclusief avond terras, wintertraining, af en toe de snelle groep, advies van Ronald en Jonneke, naar Den Briel met de woensdag groep. In Friesland een superrit rijden, een appelflap in de zon bij de paters, zorg en interesse voor je als het even tegenzit. Een heleboel lol, de vriendelijkheid van anderen, die duw van Erik op dat viaduct, gebak in Ooltgensplaat, die pannenkoek  in “De Krom” na ijs in Hekendorp. een zondvloed in Zeeland, voorrijden tijdens Zwijndrecht - Zwijndrecht, en een keer heel erg hard op m’n bakkes, ik heb het er allemaal bijgekregen het afgelopen jaar.

Waarvoor dank, u allen (dat op m’n bakkes moet ik mijzelf aanrekenen, daar kan ik niemand voor bedanken).

Terug thuis op de bank herinner ik me met het voorgaande in gedachten het credo van Springsteen sinds de jaren 70:  Nobody wins unless everybody wins. Ik vind en zie dat terug bij de MOL. Daarom is zelfs een gewone MOLRIT voor mij eigenlijk nooit gewoon maar in plaats daarvan best heel speciaal. 

Marko Lakerveld.